💡 Wildschade: alleen vergoedbaar op landbouw- én bosbouwpercelen
In Duitsland is wildschade in de eerste plaats alleen vergoedbaar wanneer zij optreedt op “landwirtschaftlich oder forstwirtschaftlich genutzte Flächen”. Dat betekent: percelen die bedrijfsmatig worden gebruikt voor landbouw of voor bosbouw.
1. Landwirtschaftlich genutzte Flächen
Dit zijn gronden die daadwerkelijk worden gebruikt voor agrarische productie: akkers met maĂŻs, graan, koolzaad of aardappelen, grasland dat voor hooi of silage wordt gemaaid, en weilanden voor vee.
Niet vergoedbaar zijn hobbymatig gebruikte stukken grond, siertuinen, natuurvriendelijke braakstroken of recreatieve bloemenweiden.
De schade moet bovendien duidelijk aan wild zijn toe te schrijven en binnen de strikte meld- en taxatieprocedures (Wochenfrist, Ortstermin, Vorbescheid) worden vastgelegd.
2. Forstwirtschaftlich genutzte Flächen
Hier ligt de nuance. § 29 Abs. 1 Bundesjagdgesetz noemt expliciet ook “forstwirtschaftlich genutzte Flächen”. Dat zijn bospercelen die economisch voor houtproductie worden beheerd of nieuw worden aangeplant met dat doel.
Wel vergoedbaar:
- Jonge bosaanplant die is opgezet voor latere houtoogst.
- Schade door vraat (afbijten van scheuten) of veegschade (beschadiging van de bast door herten).
Niet automatisch vergoedbaar:
- Parken, tuinen, natuur- en recreatiepercelen zonder economisch bosdoel.
- Aanplant die niet aantoonbaar voor bosbouw bestemd is.
3. Zorgplicht en Mitverschulden
Eigenaren van landbouw- én bospercelen hebben een Schutzpflicht: zij moeten redelijke preventieve maatregelen nemen, zoals afrastering of individuele boombescherming bij jonge aanplant.
Wordt die plicht verwaarloosd, dan kan de pachter zich beroepen op Mitverschulden (§ 254 BGB).
De schadevergoeding kan dan (sterk) worden verlaagd of geheel worden afgewezen.
Kern
Alleen schade op economisch gebruikte landbouw- of bosbouwpercelen is vergoedbaar.
Voor jonge bomen in een productiebos kan de jachtpachter dus wél aansprakelijk zijn voor vraat- en veegschade, maar alleen als de eigenaar zijn eigen beschermingsplicht is nagekomen en de formele meld- en taxatieprocedures correct zijn gevolgd.